Ouders, hou maar op met opvoeden – het heeft toch geen zin

06.03.2020 18:30


Over hoe je kinderen moet opvoeden is veel onenigheid. De laatste jaren worden ouders doodgegooid met allerlei verschillende opvoedmethodes en we vechten elkaar de tent uit over wat de juiste manier is. Maar is er wel een juiste manier?

Al een tijd geleden heb ik de handdoek in de ring gegooid: opvoeden, ik doe er niet meer aan. Lang heb ik me het hoofd gebroken over of ik het allemaal wel goed deed en liet ik me regelmatig van de wijs brengen door de volstrekt contrasterende berichtgeving in ouderland. Je ziet tegenwoordig door de bomen het bos niet meer. Al vanaf het moment dat je zwanger bent, wordt je de stuipen op het lijf gejaagd door alle verschillende opvoedkampen die prediken de wijsheid in pacht te hebben en die je hel, verdoemenis en een zwaar getraumatiseerd en psychisch gestoord kind beloven als je je niet aan hun regels houdt. Er wordt gezwaaid met wetenschappelijke onderzoeken die doodenge dingen vertellen over gestreste baby’s met torenhoge cortisollevels als je ze eventjes laat huilen, of kinderen met brakke immuunsystemen en gebrekkige IQ’s omdat ze gevoed zijn met de fles. Keiharde statistieken die zouden bewijzen dat kinderen waarmee niet ge-cosleept wordt of die als peuter te vaak op het strafstoeltje moesten zitten grote kans hebben op het ontwikkelen van hechtingsstoornissen en ander sociaal-emotionele problematiek, of door het helikopterouderen van papa en mama juist opgroeien tot verwende narcisten, houden menig ouder ’s nachts uit z’n slaap. Dus wat is nou wijsheid? Het raadsel van de Sphynx is er niks bij. Precies daarom ben ik er dus mee opgehouden. Je doet het toch nooit goed.

LEES OOK: Renée heeft haar kind geslagen en voelt zich schuldig

Hysterische opvoedmaniakken

Tot mijn grote vreugde word ik gesterkt in mijn laissez-faire manier van opvoeden door hoogleraar historische pedagogiek René van der Veer, die ook zegt: ouders, doe gewoon maar wat. Meestal komt het allemaal wel goed. In de Volkskrant vertelt hij dat de opvoedoorlog die er tegenwoordig woedt iets van de laatste tijd is. Het is namelijk pas sinds pak ‘m beet een schamele 100 jaar dat ouders zich de luxe kunnen veroorloven om zich druk te maken om het emotioneel welbevinden van hun kroost. Daarvoor hadden ze namelijk een dagtaak aan iets anders: het kind in leven houden. Haalde je kind het tot de volwassenheid, dan had je het dus succesvol opgevoed. Waarmee je het ook gevoed had, hoe je het ook te slapen had gelegd, of je nou streng was geweest of juist coulant, of je het nou af en toe over de knie had gelegd, of altijd alleen maar met zoetgevooisde stem had toegesproken. Het kind leefde nog, dus chapeau, goed gedaan. En bleek dat kind ze later niet alle vijf op een rijtje te hebben, dan was dat een geval van jammer. Aan de opvoeding lag het in ieder geval niet. Een filosofie waar wij, de huidige generatie van hysterische opvoedingsmaniakken, wel wat van zouden kunnen leren, volgens Van der Veer. Want we slaan een beetje door.

Jouw methode is altijd dé methode

Geen enkele opvoedmethode is bewezen. Echt gedegen onderzoek wordt namelijk dubbelblind en gerandomiseerd uitgevoerd en dat kan niet als het gaat om opvoeding, omdat teveel factoren een rol spelen. Ouders en kinderen zijn nooit neutraal en reageren allemaal anders. Hierdoor krijg je per definitie onbetrouwbare resultaten waar je maar heel weinig uit kunt afleiden. “Opvoedadvies staat bol van de ongefundeerde meningen en overtuigingen onder de noemer ‘bewezen in onderzoek'” aldus Van der Veer. Je hebt er niks aan en kunt je er dus maar beter ook niks van aantrekken. Voor ieder onderzoek is er wel een ander onderzoek dat het direct weer ontkracht en alle pedagogische inzichten veranderen om de haverklap. De meeste kinderen groeien uit tot prima volwassenen, die allemaal hun eigen billen afvegen, keurig met mes en vork eten en zich de algemeen geldende fatsoensnormen van de samenleving waarin zij opgroeien eigen hebben gemaakt. De enige kunst is te kijken naar jouw eigen kind en wat dat nodig heeft. Dat staat niet in een boekje, want al die boekjes gaan niet over jouw kind. Ieder kind is anders, reageert anders, heeft andere behoeftes. Jij weet het beste hoe je daarmee om moet gaan, want jij bent de ouder van dat kind. Jij ziet het iedere dag, jij voelt het aan. De enige empirisch bewezen conclusie die je kunt trekken is: jouw opvoedmethode is altijd dé opvoedmethode. Dus om de vraag die iedere ouder zichzelf stelt voor eens en voor altijd te beantwoorden: ja, je doet het goed.

Ouderinstinct

Ik heb drie kinderen en alledrie hebben ze een andere aanpak nodig. Een aanpak die ik gaandeweg uit mijn duim zuig, al naar gelang de waarnemingen en beoordelingen die ik als ouder op dat moment maak. Ouderschap en opvoeden zijn bij uitstek taken die alleen maar ad hoc kunnen worden uitgevoerd omdat de situaties waarin je moet handelen zich nooit op dezelfde manier, dezelfde tijd, of zelfs maar bij hetzelfde kind presenteren. De afgelopen jaren heb ik bijzonder weinig opgevoed. Althans, niet op de manier waarop ik dat eerst deed. Natuurlijk heb ik mijn kinderen geleerd dat ze niet zomaar de straat over mogen steken, dat ze alsjeblieft en dankjewel moeten zeggen en hun eigen ontlasting niet aan de muren mogen smeren, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Wat er verder op me af komt, daar deal ik wel mee als het zover is. Ik heb een vaag beeld van het soort mensen dat ik mijn kinderen graag zie worden (aardige mensen), maar om dat bewerkstelligen doe ik weinig anders dan ze in leven houden. Net zoals ouders dat al eeuwenlang doen, met het enige middel dat daarvoor nodig is: instinct. En dat is het mooie aan het ouderschap: daar zijn geen boekjes en onderzoeken voor nodig, dat heb je gewoon.

Steeds opnieuw het wiel uitvinden

Ik heb borstvoeding gegeven, ik heb flesvoeding gegeven. Ik heb samen geslapen en apart. Ik heb beloond en ik heb gestraft. Ik ben kalm gebleven en ik heb mijn geduld verloren. Niks van dat alles heeft een significante invloed gehad op hoe het met mijn kinderen gaat, hoe ze zich voelen, hoe ze zich ontwikkelen. Wat wel belangrijk is geweest is dat ik altijd van ze gehouden heb en mijn best heb gedaan in hun behoeftes te voorzien. Waarop ik probeer in te spelen. Die ik probeer te begrijpen, te vervullen en waar mogelijk soms een beetje bij te sturen. Dat is opvoeden; iedere dag weer opnieuw het wiel uitvinden, zodat je daarmee weer een klein stukje verder kunt rijden. Maar uiteindelijk komen we, weliswaar op ons tandvlees en met een kop vol grijs haar van alle zorgen, allemaal aan in het spreekwoordelijke Rome. Dat is misschien wel de enige bewezen zekerheid die er in het ouderleven is: er zijn vele wegen die daar naartoe leiden.

LEES OOK: Hoe meer kinderen, hoe beter! (Want het wordt alleen maar makkelijker).